De Andalusische Flamenco is de oudste regionale Europese cultuur die nog volop levend is. De basis van flamenco werd gelegd toen in de 15e eeuw zigeuners vanuit Noord-India uitzwermden over Europa en onder andere in Zuid-Spanje terecht kwamen.

Hun muziek vermengde zich met Arabische, Joodse en Spaans-folkoristische muziek en leverde zo'n 200 geleden de basis voor de flamencomuziek op zoals we die nu kennen. Binnen de flamenco komen zang, gitaar, palmas (klappen) en dans samen en vormen samen de kern.



De muziek is de laatste 20 jaar enorm geëvolueerd. Paco de Lucía betekende veel voor de modernisering van de flamencogitaar, en de beroemde flamencozanger Cameron in de jaren 80 van de vorige eeuw bracht een nieuwe manier van zingen voort. Invloeden vanuit salsa, jazz en pop zijn terug te horen in de muziek van veelal jongere artiesten. Instrumenten als basgitaar, sax, dwarsfluit, trompet, cello, viool, tabla, zelfs accordeon deden hun intrede in de flamencomuziek.



Ook de dans heeft de laatste jaren veel ontwikkelingen ondergaan. Met name vanuit de moderne dans en jazz-dance is nieuwe en modernere bewegingstaal geïntegreerd in de flamencodans.

Buiten Spanje wordt flamenco door steeds meer buitenlandse artiesten beoefend, en dat op een steeds hoger niveau. Toch is en blijft de bakermat van flamenco nog altijd Spanje, en met name Andalucía.